Rijtjeshuizen, molens, wegen zonder ook maar enige heuvels. Ik zit in de bus, onderweg naar huis, na de laatste keer uiteten met mijn vriendinnen. Ik probeer het allemaal goed in me op te nemen, te beseffen dat ik nu een halfjaar zonder moet doen. Een halfjaar zonder het heerlijke, Nederlandse gevoel. Een halfjaar zonder de altijd begroetende mensen. De mensen die tegelijkertijd ook altijd een mening hebben en blijven klagen over het weer, of het nou warm of koud is. Ik kan blijven denken en denken maar het dringt maar niet tot me door. Dat komt wel als ik eenmaal afscheid moet nemen van mijn familie of misschien als ik alleen in het vliegtuig zit, denk ik. En als ik dan nog geen besef heb van wat ik ga doen, dan komt dat wel als ik aankom op het vliegveld en mijn ‘hostfamily’ zie voor de komende zes maanden. Waar ik wel heel bewust van ben, is dat ik trots ben op mezelf.