“Ik houd van de Nederlandse burgerlijkheid, ondanks dat ik het woord burgerlijk verafschuw. Misschien kan ik beter zeggen dat ik van ons volk, de Nederlanders, houd. Hoe asociaal, egoïstisch en koppig we soms ook zijn. Zo houd ik ervan dat als het zonnetje een middag schijnt en de temperatuur tot boven de gemiddelde 18 graden stijgt, iedereen meteen in actie komt: de korte broeken, rokjes en topjes worden afgestoft, de borrels op het terras of in de voortuin worden rijkelijk beschonken, men verhuist massaal naar het strand en tegelijkertijd wil niemand toegeven dat de wind en de zee toch wel een beetje fris zijn. Opeens wordt de deur voor je opengehouden en begroet de buschauffeur je overvriendelijk, je wordt er bijna zelf vrolijk van. Helaas houdt dit liefdadige gedrag slechts stand tot de volgende regenbui, maar daar kan je ook juist van genieten. Lekker ongegeneerd Netflix bingewatchen en warme chocolademelk mét slagroom, marshmallows, disco sprinkles én een koekje om mee te dippen naar binnen werken. Want de burgerlijke Nederlander moet er toch echt zelf iets van maken, als onze warmtebron zich iets minder vaak laat zien.”