Mijn ouders moesten vaak reizen voor hun werk, maar namen bij thuiskomst wel altijd een cadeautje mee. Eens kreeg ik zo een Frans plaatjesboek met kunstwerken, een soort Gardner voor vijfjarigen. (Al in groep 2 riep ik later kunstenaar te willen worden). Van alle werken waren het de groente- en fruitkoppen van de zestiende-eeuwse Giuseppe Arcimboldo die het meeste indruk maakten. Hij is de eerste kunstenaar die ik me bewust kan herinneren. Op de middelbare school begon mijn langdurige fascinatie voor de Italiaanse renaissance (mede dankzij het computerspel Assassin’s Creed). In mijn tweede studiejaar – uitgerekend tijdens de excursie in Florence – kwam ik tot het inzicht dat de kunst uit de Nederlanden van diezelfde periode me meer trok. Nu schrijf ik een scriptie over Nederlandse glas-in-loodschilders die werkten aan de Kathedraal van Milaan. Zij werkten samen met Arcimboldo, die de ontwerpen maakte. Dat maakt de cirkel rond.