“Op mijn vierde verjaardag kreeg ik de jurk van mijn dromen. Hij was rood met rode stippen, had pofmouwen en sliertjes aan de onderkant. Ik kreeg er zelfs bijpassende hakjes bij. Toen gingen we in hartje winter naar het bos om een mooie boswandeling te maken. We liepen bij het hondenlosloopgebied en het had gevroren die nacht, dus het gras was ijzig en koud. Ik was zo blij met m’n jurk dat ik huppelend en rennend over het gras ging. Totdat ik uitgleed en niet over het bevroren gras maar over een grote hondendrol. Ik viel op mijn kont en mijn prachtige jurk zat onder de kak. Huilend rende ik terug naar mijn ouders. Ik heb de wandeling stoer afgemaakt en thuis heb ik samen met mijn moeder de kak ervan afgehaald. De volgende dag kwam ik helemaal trots op school aan in diezelfde jurk. Niemand heeft ooit geweten dat de dag ervoor nog hondenkak op zat, tot nu.”