“Juli 2000, de familie Huigen vertrekt naar haar nieuwe thuis: een klein dorpje naast Frankfurt, Nieder-Erlenbach. Voor mij heet dat: naar de Kindergarten en nieuwe vrienden maken. Op de eerste dag brengt papa me weg. Daar zat ik dan, in een klas vol kinderen die mijn taal niet spreken. In zo’n situatie komen de wonderlijke acties van jonge kinderen naar boven. Een meisje komt naast me zitten en geeft me een papiertje en een stift. Zij tekent een tipi, ik teken haar na. De volgende dag hetzelfde: zij tekent een Iglo, en ik teken haar na. Zonder elkaar te verstaan komen zij en ik elke dag weer bij elkaar, zodat zij me iets kan leren. Na een tijdje ook de taal: ik begin langzaam Duits te spreken. Het is het prille begin van een bijzondere vriendschap, waarin we elkaar soms nog steeds niet verstaan.”