‘Een van de meest vermoeiende vragen om als kunstgeschiedenisstudent te krijgen vind ik de vraag: wat voor werk ga je later doen? Soms antwoord ik serieus, maar meestal antwoord ik: directeur van het Rijksmuseum. Dat spreekt wel tot de verbeelding. Het is sowieso een typisch Nederlandse houding om deze kritische vragen te stellen. Toen ik op vakantie was in Italië reageerde mensen een stuk positiever op mijn studiekeuze. Het was in diezelfde vakantie dat ik de lekkerste lasagne ooit heb gegeten, lasagne al pesto. Het waren letterlijk lagen zelfgemaakte pesto, die werden afgewisseld met bechamelsaus en lasagnebladen. Pure goddelijkheid, echt waar. Inmiddels wil ik geen directeur van het Rijksmuseum meer worden, maar eetrecensist. Daar reageren mensen nog steeds sceptisch op, net zoals op mijn antwoord directeur van het Rijksmuseum. Beter groot dromen toch?’