“Ik was een jaar of drie, misschien vier, toen ik aan de hand van mijn moeder de roltrap op moest. Ik herinner me dat ik staarde naar de treden van de roltrap die steeds opnieuw tevoorschijn kwamen. Ik wilde wachten op het juiste moment om mijn linkervoet naar voren te zetten. Maar wanneer is het goede moment precies? Als de trede al bijna voorbij is, of als ‘ie net naar voren komt? Mijn moeder zag mijn aarzeling en trok me mee, zoals moeders dan doen. Gelukkig, nu hoef ik nog niet te weten hoe het precies moet, dacht ik. Ooit wordt het me nog wel uitgelegd, wanneer je op de roltrap moet stappen. Gewoon niet nadenken en gaan, zonder naar beneden te kijken. En vertrouwen dat het goed komt, dat vertelde iemand me laatst. Maar hoe moet dat dan precies moet, weet ik eigenlijk ook nog niet helemaal.”