Een van de dingen waar ik gelukkig van word, is mandarijnen eten in de trein. Tijdens de reis kun je nergens naar toe; je zit vast in een hokje (naast een eventuele stinkende medepassagier). Dit is het perfecte excuus om nou eindelijk eens al die witte sliertjes en frummeltjes eraf te halen, zonder dat iemand zeurt dat je oh zo lang doet over je mandarijn. En als dan eindelijk je mandarijntje helemaal mooi oranje is, kun je af en toe stiekem een stukje voor het raam houden (je wil niet dat iedereen in je coupe je raar aan kijkt). Weinig is zo fascinerend als een partje mandarijn met tegenlicht te bekijken. Oh en weet je nog die eventuele stinkende medepassagier? Het heerlijke aroma van een mandarijntje lost dat probleem ook meteen voor je op, geen lucht die de mandarijn niet aankan. Dus als je weer eens met de trein moet, neem een mandarijntje mee en een aangename reis is verzekerd.