“In mijn prille puberteit pakte ik vaak de trein naar Amsterdam. Ik kocht nooit een kaartje, want als je vaak genoeg zwart reist, heb je de kosten van een potentiële boete er vanzelf wel uit. Daar aangekomen struinde ik over de Zeedijk om mij te verwonderen over de plek, midden in het historisch centrum, die uitnodigt om jezelf te verliezen in een wereld van eindeloze mogelijkheden. Ik eindigde mijn tocht altijd met rondjes wandelen over de Waterloopleinmarkt. Laatst was ik daar weer terecht gekomen en vond tussen alle smoezelige kledingstukken op de markt een baret. Best een esthetisch ding dat zo’n fijne pseudo-artistieke uitstraling heeft. Toch nog een einde gevonden na al dat doelloze gedwaal door die stad.”