Mijn grootste identiteitscrisis had ik toen ik moest kiezen of ik oud of modern wilde doen. Ik wisselde elke week van gedachte en hakte uiteindelijk de knoop door: ik ga oude kunst doen. Ik onderging een periode van sereniteit toen die last van mijn schouders af viel. Tot in de laatste week van de zomervakantie. De paniek sloeg toe: hoe kwám ik erbij dat ik oude kunst wilde doen? Waar had ik het vandaan dat ik dat leuk zou vinden? Het bleek dat ik nog 1 dag had om door middel van een naplaatsingsverzoek te wisselen van vakken. En dat is what made me who I am today: een gelukkige, chaotische moderne architectuurfanaat.