“Ik moest van mijn ouders altijd mee naar musea, en als kind vond ik dat ontzettend saai. Waarom keek ik in hemelsnaam naar een schilderij van een weiland met een koe erin? Waarom dacht iemand dat het de moeite was dit meer dan driehonderd jaar te bewaren in een museum? Nee, ik werd veel gelukkiger van het Openlucht Museum, het bakkersmuseum en het Archeon. Daar kon je tenminste dingen doén en daar werd ik veel blijer van. Nu kun je me voor elk museum wel ’s nachts wakker maken, zelfs voor schilderijen met koeien. En ik ben nog steeds bezig met het ontrafelen van de vragen die ik mezelf als klein meisje stelde bij het zien van kunstwerken in een museum. Gelukkig is daar een hele studie voor.”